Het tekort aan ambtelijk personeel was onlangs één van de ‘topics’ tijdens de behandeling van de jaarstukken in de oordeelvormende vergadering. De behoefte is groot en het aanbod klein. Volgens burgemeester Ruud van den Belt is het probleem in Steenbergen niet groter dan in de rest van Nederland, maar dat maakt het nog niet makkelijker.
Diverse fracties stipten de hoge overheadkosten aan die vooral het gevolg zijn van de inhuur van duur, tijdelijk personeel. Het was Ad Theuns van D66 die de vinger op de zere plek legde: “Het baart ons extra zorgen omdat we steeds horen dat we sukkelen met de benodigde capaciteit. Dat is raar want dit blijven we horen ondanks de reorganisatie die al jaren loopt. Komt het nog wel goed met deze reorganisatie? Temeer nu ook de Algemeen Directeur ineens is vertrokken.”
Personeel vasthouden
Burgemeester Ruud van de Belt greep de vraag aan om uitgebreid op de materie in te gaan: “Allereerst zitten we niet in een reorganisatie maar in een transitie. Die zijn we gestart omdat we van beheer- naar ontwikkelorganisatie moeten en steeds meer mensen bezig hebben met zaken die steeds veranderen.”
Dat gezegd hebbende, erkende Van den Belt een burgemeester te zijn die zich grote zorgen maakt. “We zijn aan het dweilen met de kraan open”, aldus de portefeuillehouder.
Hij doelde daarmee op de crisis die de arbeidsmarkt beheerst en ook in gemeenteland hard toeslaat. Het is niet alleen moeilijk om het juiste personeel te vinden, maar vooral om ze vast te houden. Ambtenaren worden weggekocht door andere gemeente of bedrijven of gaan zelfstandig verder om zich tegen een veel hoger uurtarief in te laten huren voor het werk dat zij eerder in vast dienstverband deden.
Hand in eigen boezem
Hoewel het een groot probleem is, relativeerde de burgemeester het door te melden dat in de gemeente Steenbergen het probleem niet groter is dan in andere gemeenten. “Het wordt wel groter omdat de hogere overheid taken over blijft hevelen naar gemeenten. We hebben 14FTE nodig om onze taken te kunnen doen. Begrijpt u waar we tegenaan lopen?”
Van den Belt vroeg de raad om ook de hand in eigen boezem te steken. “Iedere wethouder belooft onder druk van de raad iets sneller of extra te doen. Dat betekent dat we met elkaar eerst een goede dialoog aan zullen moeten gaan over wat wel en vooral niet moeten doen.”
Bron: KijkopSteenbergen