Netbeheerders kunnen het tempo van de energietransitie niet bijbenen. Ondanks recordinvesteringen lopen wachttijden voor nieuwe of zwaardere aansluitingen steeds verder op. Vijf tot tien jaar wachten is geen uitzondering.
Tien jaar wachttijd! Het lijkt het voormalige Oostblok wel. Ronald Reagan, de Amerikaanse president in de jaren 80, had er een klassieke grap over: Een man koopt in de hoogtijdagen van de Sovjet-Unie een auto. Hij moet vooraf betalen. ,,En u weet dat de levertijd tien jaar is?’’ vraagt de verkoper. De koper haalt zijn schouders op; het is nu eenmaal zo. ,,Kan ik hem ‘s ochtends of ‘s middags ophalen,’’ vraagt hij. ,,Het duurt tien jaar! Wat maakt het uit?’’, reageert de verkoper. ,,Nou, die ochtend komt de loodgieter.’’
Zo uitzichtloos is het niet gesteld in Nederland, bezweert ceo Rutger van der Leeuw van Enexis. De energietransitie waarmee de samenleving de overstap naar een duurzaam energiesysteem maakt is lastig, maar wél te doen. ,,Wachttijden zijn geen puur Nederlands probleem. Ook in Frankrijk. België en Duitsland krijgen bedrijven soms te horen dat het wel tien jaar duurt om een aansluiting te krijgen. Het verschil met Nederland is dat het daar nog met de mantel der liefde wordt bedekt, terwijl het bij ons in de publiciteit is en wij er alles aan doen om het te verminderen. Door het duidelijk te vertellen, gaan bedrijven eerder op zoek naar andere mogelijkheden en kunnen ze inschatten wat ze moeten doen.’’
Net slimmer gebruiken
Enexis presenteerde donderdag de jaarcijfers. Het was de derde netbeheerder op rij met dezelfde boodschap: alleen met slim gebruik van het elektriciteitsnet is nog ruimte te winnen. Financieel directeur Marielle Vogt: ,,Bijvoorbeeld door aansluitingen te delen. Zoals in Tilburg waar busmaatschappij Arriva ‘s nachts de bussen oplaadt bij afvalbedrijf BAT. Het afvalbedrijf heeft dan die zware aansluiting niet nodig. Eén aansluiting waar twee bedrijven gebruik van maken. Dat is een mooi voorbeeld hoe het kan.’’
Het is met name op piekmomenten dat het elektriciteitsnet het niet aankan. Netbeheerder Stedin wil bijvoorbeeld dat tussen 16 en 21 uur de laadpalen in stedelijke gebieden uitgaan of minder stroom leveren om het net te ontlasten.
Fabrieken ’s nachts laten draaien
Stroom gebruiken wanneer het in overvloed voorhanden is, fabrieksproductie bijvoorbeeld verplaatsen naar de nachtelijke uren, wordt de norm. Want de vraag naar elektriciteit stijgt zo hard dat er voorlopig niet tegenop te werken is. Afgelopen jaar legde Enexis 1.350 kilometer nieuwe elektriciteitskabel in de grond, een record. Dat lukte doordat het bedrijf 370 extra techneuten in dienst kon nemen. ,,De helft ervan wordt aangeleverd door mensen die nu al bij ons werken. Ze krijgen daar een aanleverbonus van 1000 euro voor, die ze vaak delen met degene die in dienst komt. We zoeken overal mensen om deze klus te klaren. We hebben nu ook een Belgische aannemer voor ons werken en een team Zuid-Afrikanen bij engineering. Maar de realiteit is dat we de komende paar jaar nog een gat hebben tussen wat we bieden en wat er gevraagd wordt.’’
,,Bij het onderzoek onder de grote zakelijke klanten blijkt dat 74 procent denkt dat ze geen problemen zullen hebben bij de aanvraag van een nieuwe aansluiting. Terwijl dat in een groot aantal gevallen wél zo zal zijn. Mensen denken dat stroom er altijd zal zijn als het nodig is. Misschien begrijpelijk. Gemiddeld heeft een zakelijke klant maar eens in de zeven jaar met ons te maken. Het staat ver van ze af. Bij onze 200 grootste klanten is dat besef er wél. Die hebben mensen in dienst die er fulltime mee bezig zijn. ASML, een van onze grootste klanten, komt echt niet zonder stroom te zitten. Klanten moeten vooraf kijken of er capaciteit is, vóór ze iets gaan doen.’’
Enexis heeft momenteel drieduizend aanvragen op de wachtlijst. De netbeheerder is niet alleen. Netbedrijf Alliander verwacht dat er nog minstens tien jaar files op het elektriciteitsnet zullen zijn. ,,We zijn blij dat de Autoriteit Consument & Markt met normen voor maatschappelijk prioritering komt. Dan is het niet langer ‘wie het eerst komt die het eerst maalt. Scholen en ziekenhuizen bijvoorbeeld komen dan bovenaan de lijst en hoeven niet noodgedwongen met aggregaten te werken.’’
Bron: ad.nl